Witte Donderdag, Johannes 3: 1-15

Een artikel in een christelijk blad maakte mij een aantal jaren geleden boos. Om te beginnen was het redelijk anti-katholiek en ten tweede stond er een zin in die me niet beviel. Er stond namelijk dat mensen die een bepaald tijdschrift lazen, allemaal wel in de hemel kwamen. En daar geloof ik niets van, zie maar naar hetgeen Jezus eens zij: “Niet zij die zeggen: Heer, Heer, zullen het Rijk der Hemelen binnengaan, maar zij die de wil doen van de Vader.”

En elders zegt Hij bij het Laatste Oordeel tegen een groep die beweert in zijn Naam wonderen te hebben gedaan: “Ik had honger en ge hebt me niet te eten gegeven; Ik …enz., gaat weg van Mij gij die zonde doet.”

Het is absoluut geen garantie dat het binnentreden van de hemel zeker is als we een bepaald boek of tijdschrift lezen. Dat is wat Jezus stelt en we zien het in het Evangelie aan Judas. Judas was drie jaar in Jezus’ nabijheid; drie jaar kon hij van Jezus leren hoe de hemelse Vader van ons verlangt dat wij leven. drie jaar lang had Judas de gelegenheid zich door Jezus , die de Waarheid zelf is, te laten corrigeren, maar hij deed het niet. Hij ging namelijk niet met Jezus mee omdat hij zorg had voor anderen, maar hij was er alleen voor zichzelf. Hij bleef zijn eigen gang gaan. Bovendien was hij onbetrouwbaar, want hij stal geld uit de kas: hij was een dief, zo kunnen we ook lezen in de Schrift.

Als een mens niet tot inkeer komt, of zich niet laat inspireren tot inkeer te komen, kan het duidelijk gebeuren, dat de ene wandaad de andere opvolgt. Dat is kennelijk wat er bij Judas gebeurt. Dan komt er eens een moment, dat de mens volledig in de ban van de duivel komt. Dat gebeurde bij Judas: de duivel had hem al het plan ingegeven om Jezus te verraden en over te leveren.

Kennelijk had Judas niet gebroken met zijn zondige daden, maar er waren er bij gekomen. Door zijn houding kan Jezus eens zeggen tegen zijn leerlingen: “Een van u is een duivel.” Dan ben je wel heel diep gedaald.

Hoe zit het dan met de anderen? Zie eens op Petrus die Jezus verloochende tot drie maal toe? De anderen wilden wel veranderen. Zij wilden wel gaan leven naar Gods wensen, maar zeker in het begin is het vaak vallen en opstaan. Petrus was een oprechte mens, maar zonder de H. Geest bleef hij rekenen op menselijke kracht en die valt in geestelijk opzicht erg tegen: daar kun je niet op bouwen. We hebben de Heer nodig. Met de H. Geest was Petrus werkelijk als een rots, waardig om de eerste plaatsbekleder van Jezus op aarde te zijn.

U, ik, wij allemaal zijn zwakke mensen, die op eigen kracht onderuit gaan. Daarom hebben wij Witte Donderdag nodig, en straks Pasen en Pinksteren.

Wij gedenken immers dat Jezus vanavond de H. Eucharistie instelde en zich iedere keer weer onbloedig offert en geeft aan u en mij. Hij geeft ons zijn Lichaam, zijn mentaliteit in zo’n onbenullig stukje brood. Als we dat in geloof nuttigen, kan Jezus dat in ons uitwerken tot een bron van kracht.

Daarom is het goed hier te zijn. We horen enerzijds dat wij het als mens zelf niet kunnen en anderzijds dat de Heer ons alles geeft om ons, als wij meewerken, door zijn kostbaar Lichaam om te vormen tot wie wij behoren te zijn: Kinderen van de hemelse Vader; kinderen van het Rijk Gods; zonen en dochters uit Gods gezin.

Van harte wens ik u proficiat, omdat u straks naar voren mag komen om Jezus zelf in een klein stukje brood te ontvangen, opdat wij zullen leven en het eeuwig leven zullen binnengaan.

Laten wij Jezus danken, niet alleen voor zijn kruisoffer, maar ook voor dat grootse geschenk dat wij dagelijks tot ons kunnen nemen. Moge de Heer u doen groeien in Hem