Palmzondag, passieverhaal van Matteüs

Het is niet gebruikelijk om op Palmzondag te preken, maar toch houd ik u drie situaties voor, die gaan over recht en onrecht.

Stelt u zich eens voor, dat iemand in Alphen aan de Rijn in dat winkelcentrum een standbeeld wil oprichten voor de dader. Dat is toch onzinnig? Dat doet toch onrecht aan de slachtoffers, ook al wil ik geen enkele veroordeling uitspreken?

Stelt u zich eens voor, dat iemand zijn leven waagt en u ter nauwer nood van de dood redt. Als deze persoon u komt bezoeken, om te zien hoe het met u gaat, stuurt u hem dan direct weg? Dat zou toch een onrecht zijn naar hem die u redde?

Een man komt op een ezel Jeruzalem binnen. Het volk is uitzinnig van enthousiasme: men juicht Hem toe: Hosanna, de Zoon van David.

Maar enkele dagen later wordt er geroepen: ‘Opruimen die mens!’ mogelijk zijn het niet dezelfde mensen, dat zou kunnen, maar Hij die niet anders dan goed deed aan de mensen moet als een crimineel uit de weg worden geruimd. Wat een onrecht!

En toch brengt dat onrecht ons allen een grote zegen, want door dat onrecht zijn uw en mijn zonden vergeven en is de eeuwige toekomst binnen handbereik. Bij God immers wordt alles anders: het meest negatieve kan Hij doen worden tot grote zegen.

Wij zijn begonnen aan de Goede Week. Wilt u die met ons meevieren? Wilt u komen om samen Jezus hulde te brengen voor de kostbare Eucharistie, waarin Hij zichzelf iedere keer weer geeft? Wilt u komen naar de Kruisverering op Goede Vrijdag, om met elkaar dank te brengen aan Jezus; wilt u komen naar de Paaswake om met elkaar vol vreugde de verrijzenis te vieren: de overwinning op de eeuwige dood: de hemel is open!