Maria ten Hemelopneming, 15 augustus, Lucas 1: 39-56

Dierbare Lezer,

Twee jonge aanstaande moeders ontmoeten elkaar: de een is een jong meisje en de ander al een oude vrouw. Beiden zien naar een grote gebeurtenis uit in hun leven: Moeder worden. Beiden ontvangen hun kind door een belofte, een ingrijpen van God zelf.

Toen Maria van Gabriël hoorde, dat haar nicht Elisabeth al 6 maanden in verwachting was, ging zijn naar haar toe om haar bij te staan in de laatste maanden. Elisabeth was immers al een oude vrouw. Dan ontmoeten die twee vrouwen elkaar: de één zes maanden in verwachting en de ander mogelijk slechts een aantal dagen of weken?

De hulp van Maria komt voor Elisabeth als een grote verrassing: haar hulp is als een Godsgeschenk. Hoe groot moet die verrassing geweest zijn? En hoe bijzonder, want Elisabeth spreekt woorden, die zij niet kan weten als zij zegt: “Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot. Waaraan heb ik het te danken dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt?” Hoe kon zij weten dat Maria in verwachting was en nog wel van God, Gods Zoon, die zij haar Heer noemt? Elisabeth sprak woorden, ingegeven door de H. Geest, immers zij werd vervuld van de H. Geest bij deze begroeting. Het deed het kind in haar schoot van vreugde opspringen. Daar was nog een ontmoeting, namelijk die tussen de Heer en zijn voorloper.

Maria beantwoordt de groet met haar Magnificat. “Hoog verheft nu mijn ziel de Heer. Verrukt is mijn geest om God mijn verlosser.” Iedere avond bidden wij die woorden in de vespers, het avondgebed na de avondmis.

Hoe is het met ons? Verheffen wij de Heer in ons hart? Is onze geest verrukt over God, die in zijn Zoon onze Verlosser is? Jubelen wij het uit, zoals Maria dat deed?

Laten we vooral niet vergeten, dat het moederschap dat Maria te wachten stond, niet bepaald romantisch was, misschien wist zij het zelf toen nog niet. Zij zag met groot verlangen uit naar dat moederschap, omdat het van God uitging, haar verlosser, zoals ze uitriep van vreugde.

In Maria mogen wij zien, dat wij alles kunnen volbrengen wat God van ons vraagt. Wat daarvoor nodig is, is een eenvoudig en gehoorzaam hart, dat niet van te voren allerlei tegenwerpingen weet te bedenken, maar in alle oprechtheid “ja” zegt tegen God, tegen zijn plannen met ons leven. Zijn plannen zijn nooit uit eigen egoïsme, maar altijd ten gunste van onszelf. Hij weet immers van ieder van ons, wat ons tot vreugde zal strekken.

Dat eenvoudige woord, dat Maria gaf aan de engel Gabriël, dat bevestigen van de vraag die God via de engel aan haar stelde, had enorme gevolgen voor de gehele mensheid. Door dat woord kon de Verlosser van de mensheid komen. Door dat woord kunnen u en ik eens in het Vaderhuis komen. Dat woord had zo’n invloed op de wereldgeschiedenis, dat de jaartelling er op werd aangepast. Door dat woord spreken we over de tijd er voor en de tijd er na, vóór Christus en na Christus.

Voor die verandering in de wereldgeschiedenis, moest Maria Moeder worden. Eigenlijk mocht zij ten volle vrouw zijn en nieuw leven ter wereld brengen, dat voor ieder die gelooft, zelfs eeuwig leven wordt.

Dat is het grote geheim van het vrouw zijn: Nieuw leven mogen voortbrengen. Moeder mogen zijn is een bijzondere roeping, een geschenk, een genade. Zelf zie ik moederschap als een belangrijkere taak dan president zijn.

Hoe jammer, dat zo vaak carrière het van die grote uitverkiezing moet winnen. Ik ben zo bang, dat daar op den duur de tol voor betaald moet worden. Want een dubbele taak, zoals velen nu hebben, houd je op den duur niet vol.

Wij hebben een wijze God, die weet wat Hij van ons vraagt en wat wij aankunnen.

Maria volbracht haar taak op bijzondere wijze. Zij heeft haar Zoon bijgestaan, tot in zijn laatste minuten. Zij heeft geleden als geen ander kan lijden om een kind. Zij bleef trouw aan haar God en Redder. Daarom is het verheugend, dat zij opgenomen werd ten hemel en een ere plaats heeft gekregen. Haar “ja” bereidde immers onze eeuwige toekomst.

Laten wij daarom de hemelse Moeder van harte eren en haar steeds alles wat leeft in ons hart toevertrouwen.