“Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken.” Bent u wel eens uitgeput geweest, niet van een dag zwaar werk dus lichamelijk, maar geestelijk? Zo zeer, dat u het niet meer zag zitten? En hoe kwam u er doorheen? Of heeft u toen die uitnodiging van Jezus serieus genomen?
Het lijkt zo simpel, maar uit handen geven? Hoe doe je dat eigenlijk? Is daar een formule voor?
Neen, daar is geen formule voor en soms moeten mensen er letterlijk mee uitgevochten raken, voordat zij Jezus’ uitnodiging aan kunnen nemen. En dan kan Hij die beloofde verkwikking schenken.
Ik denk aan dat jonge stel, dat na een aantal jaren tot de ontdekking kwam misschien wel kinderloos te blijven. Dat was een drama voor de jonge vrouw, die er zo naar uit had gezien. Een jaar lang was dit een berg, waar zij samen niet over heen kwamen: het was een zwaar jaar. Maar wat opviel was, dat er steeds op de moeilijkste momenten vrienden op bezoek kwamen, mensen die van deze problemen niets wisten. Op de een of andere manier werden gebeden toch verhoord, maar het kwartje, om zo te zeggen, viel niet, of: nog niet. Ze maakten een afspraak in Nijmegen en toen ze daar zonder resultaat vandaan kwamen en ze op het perron in Nijmegen stonden onder een stralende zon, konden ze tot elkaar zeggen: “We stoppen er mee. We hebben genoeg gedaan en we zullen het leven nemen zo het komt.” En toen viel de last van hun schouders en zagen zij die zon in alle vurigheid en warmte stralen. Toen pas, daar op dat perron konden zij hun last aan Jezus geven en ze werden verkwikt. Niet dat de last verdween, maar zij konden het loslaten en de dag weer vol vreugde tegemoet zien.
“Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”
Hoe moeten we dit verstaan?
U kent dat wel: een span paarden voor een koets of wagen. Als er een nieuw jong paard moet leren de koets te trekken, zal de koetsier nooit twee jonge paarden tegelijk voor de koets inspannen. Neen, dan gaat het niet goed. Een paard moet leren een koets te trekken en moet leren te luisteren naar de koetsier en te gehoorzamen. Daarom zal de koetsier een jong paard in het juk bij een volleerd sterk paard zetten. Als de voerman opdracht geeft om te gaan rijden, zal het jonge paard niet gehoorzamen, want hij kent het klappen van de zweep niet, maar het volleerde paard zet de koets in beweging, precies zo de koetsier dat wil. Dan kan het jonge paard rukken en trekken zo het wil, maar het oude sterke paard is de baas en trekt het jonge dier mee. Als het jonge paard zich op den duur gewonnen geeft en gehoorzaamt, zal het veel minder behoeven te trekken want jong en oud delen samen de last en zij trekken de koets in alle rust voort. Zo mogen wij Jezus’ juk ook zien: Hij torst de last met ons mee.
Zo gaat het ook als wij met Jezus door het leve gaan: Hij helpt dragen, Hij helpt torsen. En onze last wordt ook de zijne. Zo delen wij de last, die niet lichter wordt, maar die samen met Hem gedragen wordt en dat verlicht ons.
U kent toch ook wel dat beeld van de boer, als hij in vroeger tijden twee emmers melk moest dragen? Als hij dat zonder een juk over zijn schouders zou doen, zou hij op den duur de emmers onvoldoende van zich af kunnen houden en zou er veel melk klotsend verloren gaan, omdat hij steeds met zijn benen tegen de emmers aan stootte. Maar met een juk blijft de last wel gelijk, maar ze is gemakkelijker te dragen op de schouders dan aan de handen. Nu behoeven de handen de emmers alleen maar stil te houden, om door het geslinger en gebots met de benen geen melk verloren te laten gaan.
U, ik, wij allemaal hebben Jezus nodig. Hij alleen kan ons werkelijk verkwikken en vrij maken van lasten. Roept u Hem in alle omstandigheden van uw leven en u zult gaan zien wie Hij is en hoe betrouwbaar hij is.