7e zondag van Pasen, Johannes 17: 20-26
Dierbare Lezer,
Jezus bidt: Hij bidt voor zijn leerlingen en ook voor ons. Zijn gebed is eenvoudig: Hij vraagt om eenheid voor ons allen. Niet zo maar een beetje één zijn, maar één zijn met de Vader en Hem zelf. Hij vraagt dat trouwens niet zonder reden. Want:
Het is zijn verlangen, dat de wereld (allen die Jezus niet kennen of niet meer willen kennen) zullen gaan geloven dat Hij werkelijk door God zelf gezonden was.
Jezus’ wens is er eigenlijk maar één, namelijk dat wij eens bij God zullen komen, niet alleen wij, zoals wij hier in de kerk zitten, maar alle mensen van de gehele wereld.
De vervulling van die wens ligt voor een groot deel in onze handen. Het ligt er aan hoe wij ons geloof belijden en beleven. Het ligt aan de omgang die wij met elkaar hebben. Want door de manier waarop wij met elkaar omgaan, zal de wereld gaan geloven dat Jezus werkelijk door de Vader gezonden is.
De enige reden voor de komst van Jezus op aarde was immers deze: Herder zijn en de schapen thuisbrengen. Alle schapen, wel te verstaan. En ook uit alle volkeren.
In zijn aardse leven kwam Jezus niet verder dan Israël. Maar voordat Hij de aarde verliet, gaf Hij de opdracht aan zijn leerlingen om de Gave Gods af te wachten. Hij gaf ook de opdracht om het Evangelie over de gehele wereld te gaan verkondigen, eerst thuis, in Jeruzalem, dan in eigen land, Israël en tenslotte over de gehele wereld. Iedereen moet er van horen, wie en waar dan ook. Die Gave, de H. Geest, bron van kracht en inzicht, zouden zij ontvangen. En dan zou de H. Geest hen gaan zenden.
Vandaag de dag zijn nog niet alle volkeren bereikt met het Evangelie van redding door Jezus Christus. Op diverse plaatsen is men druk doende om Bijbels te vertalen in talen waarin nog geen Bijbel is, opdat het Woord van |God ook hen bereikt. Het is zelfs zó, dat men eerst de taal op schrift stelde, grammatica en pas daarna een Bijbel kon vertalen. Er zijn immers landen die geen eigen taal op schrift hebben. Dan moet je eerst een taal op schrift stellen, mensen leren lezen en schrijven en pas dan kan er een Bijbel komen. Hoe bijzonder dat hierin de boodschap van Jezus verder gaat over de wereld.
Wij zijn gekomen in de week van de Nederlandse missionarissen. Wij staan stil bij het werk dat mensen uit ons midden verricht hebben en nog verrichten om Gods Boodschap van liefde door te geven. Mensen die onder barre omstandigheden moesten werken en nog werken. Mensen die hun leven geven voor de verbreiding van het Rijk Gods.
Eens werd een missionaris naar Papoea Nieuw Guinea gestuurd. Velen voor hem waren al door de koppensnellers omgebracht en ook hij was doodsbang om dat gebied te betreden. In gebed ging hij en hoe wonderlijk ontving men hem. Toen men weken later aan deze man gewend was, stelden ze hem een vraag: “Wie waren die zwaar bewapende mannen die jou steeds begeleidden toen jij in ons gebied kwam? Hij wist van niets en had nooit iemand gezien. Volgens hem was hij alleen gekomen. Maar nu besefte hij dat de hemelse Vader hem bescherming vanuit de hemel gegeven had.
Dat geeft aan, dat het werkelijk Gods bedoeling is dat wij zorgen dat iedereen het geweldige Nieuws van redding zal horen. Het zal de wereld en de gehele mensheid ten goede komen. Mensen veranderen door Gods Woord. Misdadigers, zware jongens, worden liefdevolle mensen als zij door dat Woord ook Gods liefde ervaren.
Nicky Cruz was de leider van de levensgevaarlijke jeugdbende de MauMaus in Manhattan. Iedere politieagent was bang van die groep, die leefde van roof en als moord nodig was, moest het ook maar. Niets ontziend was deze bende. Een dominee kreeg op zijn hart om die groep te benaderen, maar de eerste ontmoeting leverde een dreun in het gezicht op. Hij hield vol, veertien dagen lang en toen viel Nicky Cruz en gaf zijn hart aan Jezus. Nu trekt hij, intussen 71 jaar oud, met zijn vrouw de wereld rond om te prediken.
Gods Woord is nodig in de wereld. Helpt u daarom onze missionarissen en loopt u straks de bussen niet voorbij, maar steunt u deze kanjers van het Rijk Gods,
God zegene u