  |

5e zondag door het jaar, Lucas 14: 1, 7-14 Dierbare Lezer, Jezus gebruikte bij een van de voornaamste farizeeën de maaltijd. Men hield Hem steeds in de gaten, maar Hij hield hen in de gaten. Het viel Hem op, dat de genodigden de voornaamste plaatsen aan tafel uitzochten. Hij zag hoe mensen egoïstisch waren en voornaam wilden zijn. Hij zag de hoogmoed in de harten van hen die zo handelden. Jezus reageert op deze houding met een gelijkenis. Ieder, die dit hoorde wist gelijk wat Hij bedoelde, maar had het effect? Toch had Jezus alle recht om mensen zo aan te spreken, want Hij was de eenvoud zelve. Aan Hem, die de hoogste was, kunnen wij een voorbeeld nemen, want Hij was dienaar van allen. Zien wij naar zijn moeder, dan mogen we ook aan haar een voorbeeld nemen, want zij bood zich aan als de dienstmaagd des Heren. Bij de begroeting door haar nicht Elisabeth, sprak Maria zelfs dat God neerzag op de kleinheid van zijn dienstmaagd. In de eerste lezing zegt de auteur dat hoogmoed wortelt in het hart van de mens. Hij noemt hoogmoed zelfs een kwaad en durft te zeggen, dat hoogmoed niet te genezen is en dat is erg kwalijk. Hoe is het hart van hoogmoedigen te raken? Zij die zich boven iedere andere stellen? Jezus trachtte altijd iedereen te bereiken met zijn boodschap van liefde. Soms deed Hij dat met een gelijkenis, soms met een verhaal. Maar het kwam ook voor, dat Hij met name Farizeeën hard toesprak, niet omdat Hij hen haatte, maat omdat Hij hoopte hen van hun voetstuk af te krijgen, dus om hun hoogmoed te breken. We weten het vanuit Gods Woord: God bemint de zondaar, maar verafschuwt de zonde. En zo is het ook met Jezus. Daar Hij kwam om eenieder te redden, moest Hij wel eens krachtig optreden, soms zelfs bij het hatelijke af. Hij immers wist, als geen ander, wat de gevolgen van hoogmoed zullen zijn. Eens waren er meer engelen in de hemel. De mooiste engel, Lucifer, die de oogverblindende morgenster was, schitterend van schoonheid, werd door zijn schoonheid zó hoogmoedig, dat hij zich boven God wilde stellen. De heilige God heeft dit niet geduld en hem en zijn trawanten de hemel uitgedreven. Nu gaat Lucifer rond om mensen van God af te trekken. Hij lijdt nog steeds aan die oude kwaal: hoogmoed. Hij denkt nog steeds, dat hij eens de machtigste zal zijn met al zijn trawanten en met allen die hij tot zonde verleid heeft die daarom, net als hij, niet in Gods heerlijkheid kunnen zijn. Hoogmoed zet mensen aan tot daden die zeer ernstige gevolgen kunnen hebben. In hoogmoed voerden mensen grote oorlogen, om eens de gehele wereld te kunnen overheersen. Hoeveel onschuldig bloed hebben deze hoogmoedigen op hun geweten? Als wij maar een spoor van hoogmoed in ons hart zouden ontdekken, laten we dan de Heer aanbieden en Hem vragen: “Heer, ruk het uit, met wortel en tak opdat ik er van vrij kom.” Zij, die eenvoudig van hart zijn en nederig, hebben vaak te lijden onder de hoogmoedigen. Hoe vreugdevol, dat juist zij zullen worden verheven en niet de hoogmoedigen. Hoe heerlijk, dat zij, die door de hoogmoedigen, nu de laatsten zijn, straks de eersten zullen zijn in het Rijk Gods. Want in het Koninkrijk Gods gaat alles anders dan in de wereld. Daar telt een aardse bankrekening niet, maar een hemelse. Daar telt carrière niet verkregen met ellebogen, maar de eenvoud van het hart van hen die deden wat hun taak en roeping was op aarde. Laten wij in alle eenvoud van hart leven, opdat de hemel niet aan ons voorbijgaat en wij eens die warme en liefdevolle stem van de Vader mogen horen als Hij ons toespreekt: “Vriend, ga hoger op!” God zegene u.
|
 |
|
|
  |