4e zondag van de vasten, Lucas 15: 1-3, 11-32
Dierbare Lezer,
Een vader had twee zonen. Beiden werkten bij vader op het land. Maar de jongste zoon kreeg genoeg van dat werk en hij eiste het deel van het bezit van vader op. Hij had er recht op, zei hij.
Maar had hij daar wel recht op? Een erfenis wordt pas verdeeld, als de eigenaar is overleden. Hij had er dus geen recht op. Sterker nog: eigenlijk beschouwde hij zijn vader dus als overleden, als dood, nu hij dat deel opeiste. In zekere zin zouden we kunnen zeggen: je bestaat voor mij niet meer.
De vader geeft hem zonder commentaar waar hij om vraagt en na enige tijd vertrekt de zoon. Hij gaat het maken! Hij heeft volop vrienden nu hij geld heeft. Hij geeft zijn geld uit aan slechte zaken en bezoekt verkeerde vrouwen. Een leven dat leidt naar de afgrond.
Maar u weet het: als je veel geld hebt en je geeft alleen maar uit, raakt ook een overvolle portefeuille eens leeg. Door alleen aandacht te hebben voor genot, had hij dat niet eens in de gaten, zo was hij in beslag genomen door dat ene: Genieten!
Is dat niet, waar vele mensen naar uit zien? Genieten! En niet meer.
Jaren geleden kochten we een fietsenrek voor op de trekhaak van de auto. We namen ons voor om ieder jaar één dag weg te rijden om ergens in een mooie omgeving te fietsen (er is al 2 maal van gekomen…). Op de eerste fietstocht, kwam een echtpaar bij ons aan het bankje zitten, waar wij ons brood opaten. We raakten aan de praat. Ja, zij trokken er iedere dag op uit met de auto om ergens te gaan fietsen. En als het slecht weer was, gingen ze naar een stad. Genieten, dat stond hun op het lijf geschreven. Maar volgend jaar kregen ze het financieel moeilijk in verband met faillissement van het bedrijf en de uitkeringen. Slechts één jaartje maar moesten ze de broekriem aanhalen; en wat moesten ze dan doen? Toen zei Annie dat er ook vrijwilligers nodig waren in tehuizen en elders. Maar dat klonk hun echt erg vies in de mond. Nee, genieten, dat wilden ze.
Dat was ook bij die zoon zo, maar het hield op toen hij de bodem van zijn portefeuille zag. Alles had hij verbrast. Nooit had hij gedacht aan de toekomst, verblind als hij was om alleen maar te genieten. Toen waren ook zijn vrienden weg. Toen zei er niemand: ‘Ik heb van jou geprofiteerd, jij mag nu van mij profiteren.’ Nee, niemand had iets voor hem over. Zelfs niet zijn nieuwe baas voor wie hij varkens moest hoeden, die voor zijn volk onreine dieren waren. Hij mocht niet eens hun schillen opeten. Wat een vernedering! Wat een afgang! Hoe geraakt een mens door egoïsme toch aan lager wal.
Soms moeten we mensen nood gunnen, in de hoop, dat ze tot nadenken komen. Die jongen kwam zo ver. Hij zag zijn domme streek in. Hij kreeg spijt over zijn vuile leven en zag in, hoe goed anderen het bij zijn vader hadden. Hij bedacht: ‘Ik ga terug. Ik ben het zoonschap niet meer waard, maar al zou ik maar vaders knecht mogen zijn, dan had ik het in ieder geval veel beter dan ik het nu heb.
Maar ook al behandelde de zoon zijn vader als dood door de erfenis op te eisen, iedere dag stond vader op de uitkijk met een brandend verlangen naar de terugkeer van zijn zoon. Op een dag zag hij hem, ja, hij keerde terug naar zijn vader. Wat een vreugde, wat een zegen, wat een heerlijkheid dat zijn gebeden verhoord werden.
Maar de vader wilde van het knechtschap niets weten: Jij bent en blijft mijn zoon. Je was dood en je leeft weer. Ik kreeg je terug! Hoe heerlijk,dat ik dat mag meemaken.
Nu was het beste voor die zoon niet goed genoeg. Feest moest er zijn, groot feest. Vreugde moest er zijn, want de dode zoon is terug! Geen aandacht voor zijn vuile kleren en de buitenkant, maar voor de binnenkant, die nu volledig gericht was op de vader.
Waar richt u uw hart op? Ziet u hoe de hemelse Vader handelt? Wat u ook verkeerd deed in uw leven: er is een weg terug. Niet de weg naar het knechtschap, maar de weg naar het zoonschap! De hemelse Vader schonk zijn Zoon om ons te verlossen; om ons vrij te maken voor eeuwig. Dat is pas genieten en aan dat genieten komt geen einde.
Laten we ons met hart en ziel richten op Gods wil om voor eens en altijd te genieten van de verlossing door Jezus aan het kruis op Golgotha. Misschien zou u eens goed schoon schip moeten maken, door eens te gaan biechten. Sta daar eens bij stil in deze vastentijd, opdat het echte genieten niet aan onze deur voorbij zal gaan.