3e zondag van de advent, Matteüs 11: 2-11

Johannes de Doper zit in de gevangenis en het lijkt zijn leven overhoop te hebben gehaald. Kort daarvoor zag hij Jezus komen en zei: “Zie het Lam Gods”, overtuigd als hij was. Maar nu in die donkere kerker overvallen hem twijfel: “Zou Hij het wel zijn?” Hij meende uit te mogen zien naar de vervulling van de beloften, maar nu weet hij het niet meer. Hij is ernstig in vertwijfeling geraakt en wie zou dat niet in zijn plaats?

Johannes heeft kennelijk ook in de kerker contact met zijn leerlingen en hij stuurt hen naar Jezus met de vraag: “Bent U het echt, of hebben wij een ander te verwachten?

Maar Jezus geeft geen direct antwoord. Hij laat het aan de omstandigheden over en dan moeten Johannes’ leerlingen en Johannes zelf hun eigen conclusie maar trekken. Jezus antwoordt met hetgeen er door zijn optreden te zien is: blinden zien, melaatsen worden gereinigd, doven horen en lammen lopen. Geen antwoord van ‘ja’ of ‘nee’, maar zie naar wat er gebeurt, zie naar de Schriften, lees Jesaja. Zo mogen ze naar Johannes terug gaan.

Wie hebben wij te verwachten? Naar wie zien wij uit? Ziet u uit naar een kindje in een stal, geboren onder armoedige omstandigheden? Maar dat was eens, 2000 jaar geleden. Met Kerstmis gedenken we dit alleen maar en dat is goed, heel goed want met de geboorte van Jezus in Bethlehem, begon Gods belofte van redding voor de mensheid. En hoe heerlijk, dat wij nu mogen leven in de tijd waarin het offer voor onze zonden en tekorten is volbracht, als wij daarin geloven, als wij dus geloven in Jezus. Wij mogen als verloste mensen leven, wetend dat ons na het aards bestaan het eeuwig heil wacht.

Hoe ziet een vrouw, die moeder wordt uit naar de tijd waarop zij haar kleine in de armen kan nemen? Hoe groeit de jonge moeder daar naar toe? Het is goed, dat daar een tijd van verwachten is, een tijd van uitzien, een tijd van geestelijk en lichamelijk toegroeien naar dat groots gebeuren, dat een mensenleven doet veranderen. Hoe zal het gaan? En dan op een dag is het zo ver! Dan mag de verwachte komen en wordt het vreugdevol ontvangen.

Zo zien mensen vol verwachting uit naar nieuwe dingen in hun leven, denk maar aan hoe het zal gaan bij de nieuwe werkgever; hoe het zal zijn als straks het huis opgeleverd wordt; hoe het nieuwe bankstel zal staan en zo kunt u nog meer bedenken.

Maar toen, meer dan 2000 jaar geleden, zag het volk uit naar de beloofde Verlosser. Men had er eigen ideeën over, zie naar Johannes. Maar alles ging anders dan mensen zich hadden voorgesteld, anders dan zij hadden gedacht.

De Verlosser kwam. De Verlosser zal weer komen. De Verlosser komt dagelijks.

Hij kwam, 2000 jaar geleden; Hij volbracht zijn opdracht: de moeilijkste opdracht ooit op aarde. Hij beloofde daarna terug te komen, om allen die geloven te verzamelen en Thuis te brengen.

En nu? Leven we toe naar de terugkomst van Jezus, of vinden we dat toch een beetje eng?

Zijn we bang voor de tijd die eens zal komen, namelijk het einde der tijden, of durven we met een gerust hart te zeggen: “Kom, Heer Jezus, U bent welkom; wacht niet te lang, opdat er voor goed een einde zal komen aan alle lijden en leed op aarde.”

Wij zeggen wel eens: “Alle goede dingen in drieën”. Jezus kwam en zal weer komen, dat is tweemaal. Maar weet u, dat Hij nu al wil komen in onze harten, en dat is de derde maal. Leeft Hij al in u? Was Hij al welkom in uw leven, of i uw herberg al vol of gesloten? Heeft u Hem nog even afgehouden? Of twijfelt u net als Johannes?

Zie dan op wat Jezus zei tegen de leerlingen van Johannes en lees wat Jesaja over Jezus profeteerde. Zie hoe Gods Woord betrouwbaar is gebleken; zie naar Jezus, uw Verlosser.

Nodig Hem uit om in uw leven te komen, niet als een passant, maar als een blijvende Heer, die uw leven richting geeft. Dan zult u aan de wijze waarop Hij u leidt alle twijfels overboord kunnen zetten en uitzien naar een ontmoeting met Hem. Hij komt, er is geen twijfel mogelijk. Hij zoekt u, laat u zich toch vinden.

Laten we uitzien naar zijn tweede komst, indrukwekkender dan toen in Bethlehem.