30ste zondag door het jaar, Matteüs 25: 1-13
Het kerkelijk jaar doorloopt een cyclus: het begint vóór de geboorte van Jezus, dan zijn geboorte, zijn leven en sterven, verrijzen en hemelvaart en de Kerk.
In zekere zin is dit te vergelijken met de gehele geschiedenis van de schepping: het Oude Testament, de tijd vóór Jezus’ komst op aarde, zijn leven en sterven, verrijzen en hemelvaart. En dan volgt de geschiedenis van de Kerk tot de laatste dag: de dag waarop Jezus terug zal keren.
We naderen het einde van het kerkelijk jaar en naderen in de Schriftlezingen ook het einde der tijden. Zo ook in het Evangelie van dit weekeinde.
Tien meisjes gaan op pad hun bruidegom tegemoet. Ze hebben allen lampen bij zich, olielampen. Maar de bruidegom laat op zich wachten en ze vallen in slaap. Dan is er opeens het bericht dat hij in aantocht is. Ze ontsteken hun lampen, maar van vijf meisjes is intussen de olie op en de lampen branden niet. De anderen hadden reserve olie en hun lampen branden dus wel. Als die vijf om olie vragen, komt er een ontkennend antwoord en wij zouden dat erg egoïstisch vinden: immers: samen uit, samen thuis. En als je deelt, komt niemand te kort. U kent die uitdrukkingen wel.
Maar het zit anders: het gaat niet om olie voor lampen, die dan met een brandend in olie hangend katoentje licht geven. Het gaat om andere olie, olie van de ziel.
De verstandige meisjes hadden in hun leven aandacht geschonken aan hun geloofsleven. Zij waren oprechte gelovigen en leefden daar ook naar. Dat leverde hun die reserve olie op. Maar die domme meisjes hadden geleefd zonder God en dat maakte dat zij geen reserve olie hadden. En dit soort olie kun je nu eenmaal niet aan de ander doorgeven. Deze olie moet de mens zelf verdienen door geloof. Iedere mens die gelooft en werk van zijn geloof maakt, krijgt deze olie automatisch. Maar de mens die het wel gelooft en denkt: ‘straks zie ik het wel’, komt eens bedrogen uit.
Eigenlijk is dit een droevig verhaal, immers de helft van de meisjes mag mee met de bruidegom en die andere helft blijft buiten. Vijf winnen hun leven en vijf verliezen hun leven; 50% dus en dat is veel, eigenlijk te veel om aan voorbij te gaan.
Waar staat u? Hopelijk mogen we aannemen, dat u bij die vijf verstandigen hoort, dat kan ik niet bepalen, maar u bent hier en ziende op de openheid in deze tijd, niet alleen maar uit gewoonte. Maar let u eens op in de wereld: hoevelen haakten er niet af? Hoevelen leven een leven dat God niet kan zegenen, dat dus geen olie oplevert? Ziet u de lege plaatsten in kerken, dat was 50 jaar geleden niet zo!
Als ouders kinderen laten dopen, beloven ze plechtig de kinderen katholiek op te voeden. Maar wat is het resultaat? Hoe gaat het in de praktijk?
Een kind is enthousiast op de Kinderbijbelclub. Dan verandert er de tijd van een sport of anders en ineens moet de Bijbelclub er aan geloven. Opeens is dat andere hoofdzaak en ouders vinden dat hun kind het naar het zin moet hebben. Maar zo groeit de reserve olie niet. En dan stel ik me de vraag: Waar gaat het nu om, wat beloofden zij bij het doopsel en wat is er n u echt belangrijk in het leven?
Jezus zegt dat wij onze lampen brandend moeten houden, de lampen van ons geloof en van ons gelovig leven. Laten we onszelf eens de vraag stellen of onze manier van leven overeenkomt met Gods geboden. Levert ons leven ons de olie op die nodig is om ten einde toe onze lampen brandend te houden? Of geldt voor ons alleen maar dat we gekozen hebben voor eigen genot? Kan ons leven Gods toetssteen doorstaan? Leven we in zuiverheid met elkaar, hebben we de naasten oprecht lief, of zou dat toch nog wel beter kunnen of misschien zelfs helemaal anders moeten?
De wereld vindt het al gauw goed: als je het maar fijn hebt samen. Maar gaat het alleen daar om? Neen, dierbare mensen, er is meer, veel meer!
Eens stelde iemand mij de vraag: “Kees, durf jij nu voor Gods aangezicht te verschijnen?” Dat heeft me mijn leven doen veranderen, want toen durfde ik het echt niet.
Waar hoort u bij? Ik hoop van harte bij de verstandigen, die genoeg olie voor hun levenslampen hadden. Want dan kunt u gerust in slaap vallen als de bruidegom op zich laat wachten, omdat uw lamp wel blijft branden.
Eens, niemand weet wanneer, zal het voor ieder van ons geschieden en dan zal de Heer der heren vragen: Wat deed je met je leven? Wat heb je voor de naaste gedaan? Wie was mijn Zoon voor jou?
Van harte wens ik u een rijke olie-opbrengst toe en vlammende lampen.