30ste zondag door het jaar, Lucas 19: 9-14
Dierbare Lezer,
Als u in de H. Schrift leest in de Evangeliën, zal het u opvallen dat Jezus zich vaak terugtrekt om te bidden. Meestal doet Hij dat vroeg in de morgen.
In het gebed is Jezus één met de Vader: Hij maakt de Vader deelgenoot van alles wat er in Hem omgaat en wat Hij meemaakt en Hij vraagt Hem raad in alles wat Hij moet doen.
Nu vertelt Jezus over twee biddende mensen: de één is vol van zichzelf en staat zichzelf als het ware bij God te promoten en voelt zich heel erg goed. Maar de ander buigt zijn hoofd en zegt stilletjes: ‘God, ik zat er weer naast. Vergeeft U mij’. En Jezus zegt dat deze man gerechtvaardigd naar huis ging, omdat zijn vraag om vergiffenis oprecht was. Maar die ander ging niet gerechtvaardigd naar huis, omdat hij hoogmoedig was en zich boven anderen stelde; eigenlijk was zijn gebed zondig.
Misschien een domme vraag, want u bent niet voor niets hier, maar bid u regelmatig? Bijvoorbeeld ’s-morgens aan het begin van de nieuwe dag? Of ’s avonds als de dag bijna voorbij is? Bid u voor en na het eten?
Het is zo jammer, dat er vele tijden van gebed zijn verdwenen. Gebed is niet een heilig moeten, maar een heilig mogen. Even mogen we in gebed verbonden zijn met de hemel. Even delen we met God alles wat er in ons leven omgaat; waar we mee worstelen; wat ons te wachten staat. Maar ook, hoe geweldig sommige dingen in ons leven zijn; hoe wonderlijk wij zijn van maaksel, hoe ingenieus. Niet alleen een pas geboren baby is een wonder, maar wij zijn het allemaal! De mens is echt het hoogtepunt van Gods schepping.
En juist daarom alleen al, zouden wij dagelijks contact moeten hebben met onze God. Iedereen kan dat door gebed. Gebed brengt ons even uit onze dagelijkse sleur en roept ons op om eens serieus naar ons leven te kijken en het aan God voor te leggen.
Als een jong stel vader en moeder wordt, is het eerste dat zij doen hun ouders bellen. Zij willen hun ouders deelgenoot maken van het nieuwe leven dat zij kregen. Dan zouden we toch ook eens moeten denken aan Hem, die ons aller Vader is en van wie alle leven komt? U was er niet, als God uw leven niet heel specifiek gewild had, om u een eeuwige toekomst in heerlijkheid te kunnen aanbieden. Is het dan niet meer dan normaal, dat wij ons hart dagelijks tot God verheffen, even met ons hart alvast Thuis komen?
Er zijn vele soorten van gebed, zoals een vrij gebed waarin u God alles vertelt over uw leven. Maar denkt u ook eens aan formulegebeden, gebeden die in een gebedenboek staan en een grote hulp zijn als u het moeilijk vindt om vrij uit tot God te spreken in gebed. Een vrij gebed moet immers groeien en dan kunnen gebeden van anderen een geweldige hulp zijn. /// Zo hebben wij op doordeweekse dagen na iedere avondmis het getijdengebed, het gebed van de Kerk, dat over de gehele wereld gebeden wordt. Hoe goed is dat, om dat gezamenlijk te bidden. /// En wat denkt u van de rozenkrans? Een oud vrouwtje zei eens tegen de pater die haar bezocht toen zij de rozenkrans bad: “Weet u, pater, als ik de rozenkrans bid, voel ik me thuis.” Iedere donderdagmorgen wordt de rozenkrans gebeden om kwart over negen. Denkt u er eens over na, om dat mee te komen bidden. /// En dan de aanbidding op iedere vrijdagavond voor de avondmis? Allemaal gelegenheden om God te ontmoeten van hart tot hart.
Misschien is het ook goed om te wijzen op het gebed dat misschien wel het belangrijkste gebed is, het Onze Vader. Het is het enige gebed dat Jezus zelf leerde. Hij zei: “Als je bidt, zeg dan …..” Hij zei niet dat een van de mogelijke gebeden zou kunnen zijn ….., neen! Hij zei: als je bidt, zeg dan! Met andere woorden het Onze Vader is . Als u niet weet hoe en waarvoor te bidden, bid u dan Onze Vader na Onze Vader en het zal de hemelse Vader een vreugde zijn u te horen. In dat gebed erkennen we immers dat Hij onze Vader is en wij dus automatisch zijn kinderen zijn. Het is toch zó, dat iedere Vader de stem van zijn kind graag hoort en vooral als die stem tot hem gericht is? Zo is het met de hemelse Vader evenzo.
In 1966 op een van de bijeenkomsten op de Volkshogeschool, zei een jonge knul van zo’n 19 jaar oud: “Vroeger bad ik om genezing van mijn moeder, maar ze is toch gestorven. Dus ben ik met bidden gestopt.” Waarop een leider zei: “Weet, dat gebed nooit verloren gaat!” Dit antwoord is me bij gebleven, tot op de dag van vandaag.
Laten we op vaste tijden bidden en de Vader alles van ons leven, mooie en minder mooie zaken, vertellen en het zal Hem en u goed doen, te weten dat Hij van alles van u afweet.