2e zondag van de Vasten, Matteüs 17: 1-9

Het leven van iedere mens kent hoogtepunten en dieptepunten. De hoogtepunten koesteren we en we zouden ze het liefst vasthouden, maar de dieptepunten verafschuwen we. Waarom zijn die nodig? Had dat niet anders gekund?

Laten we eens even zien op een aantal hoogtepunten uit ons leven: het eerste is onze geboorte, anders zou er geen enkel ander hoogtepunt kunnen zijn; dan zijn er behaalde studies; huwelijken; jubilea; geboorte van kinderen; wijdingen en bijzondere ontmoetingen en nog andere. Voor mijn moeder waren de hoogtepunten in haar leven die momenten waarop zij haar kinderen ter wereld mocht brengen.

Voor Annie en mij was ons 40-jarig huwelijk, vorig jaar, een hoogtepunt met een feestelijke viering in de kerk. Het feest was bijzonder fijn, terwijl het eigenlijk toch zo eenvoudig was. Maar toch was er ook een schaduwzijde: er kwam een einde aan.

Wij spreken niet graag over dieptepunten, omdat ze ons pijn doen. Maar we ontkomen er niet aan. Juist dan is het nodig om te kunnen terugvallen op sterke vriendschappen, privé of in de geloofsgemeenschap. Daarom geloof ik, dat wij met elkaar een levende gemeenschap moeten vormen, om zowel verdriet als vreugde met elkaar te kunnen delen. Wie kan dat namelijk alleen verwerken?

Waarom zijn er altijd die golfbewegingen in het leven van een mens? Want zo is het toch, als er hoogte- en dieptepunten zijn? Van hoogtepunten kunnen we oprecht genieten, maar die dieptepunten: wat brengen die eigenlijk? Toch niets dan verdriet?

Stelt u zich nu eens een leven voor, zonder dieptepunten: dan zijn er ook geen hoogtepunten. En dan vraag ik m,e af hoe grijs het leven dan zal zijn. Als er geen enkel verschil in belevingen is, hoe kan dan een hoogtepunt een hart raken? Volgens mij niet. Juist door die momenten, of dagen, die boven de andere uitsteken, wordt een mens bemoedigd. Het tilt hem even boven het gewone uit en doet hem extra genieten.

De wereld is vol met spreken over genieten, maar wat is genieten? Heeft het echte genieten niet alles met het hart te maken en niet met dat uiterlijke, ook al kan dat best fijn zijn? Echt genieten beleeft een mens van binnen: het doet de mens reikhalzend uitzien naar dat wat meer is dan het dagelijkse.

Ziet u eens op Jezus: Hij gaat met drie leerlingen de berg Tabor op. Dan gebeurt het: Er verschijnen Hem Mozes en Elia en het kleed van Jezus wordt stralend wit, zo mooi als je het op aarde nergens kan zien. Even mogen Petrus, Johannes en Jakobus een glimp van hemelse heerlijkheid zien. Een bemoediging, die zegt: Houdt stand, want die toekomst ga je tegemoet als je trouw blijft. Een toekomst die niet te beschrijven is.

Begrijpt u, dat Petrus dat wel wil vasthouden? Hij vraagt er ook om. Maar, ook al wil hij dat wel, er komt een einde aan en het gewone leven neemt weer zijn loop. Even een hoogtepunt en dan is het weer gewoon. Maar het is niet voorbij, want je draagt de vreugde van zo’n hoogtepunt bij je, want als je even omziet verheugt het je opnieuw.

Als zo’n beeld wordt voorgehouden, dan is dat toch waar een mens naar streven wil? Een toekomst die boven de hoogtepunten van het dagelijkse leven uitsteekt? Een toekomst die alle aardse tegenvallers doet verdwijnen?

Laten we daarom niet blijven steken in dieptepunten, maar toch blijven uitzien naar de tijd waarop het weer beter gaat. Laten we ons verwonderen over de natuur die dood leek en weer tot leven komt en gaat uitschieten. Laten we uitzien naar een toekomst die boven ons verstand uitgaat, die beloofd is aan een ieder die trouw blijft door alles heen tot het einde toe.

Maar laten we ook niet over dieptepunten van anderen heenstappen en denken: Het wordt ook voor jou wel weer anders, neen, laten we omzien naar hen die in nood zijn, zoals in rampgebieden, want onze zorg kan hun toekomst veranderen. Laten we in deze voorbereidingstijd op de definitieve overwinning van Jezus op zonde, ziekte en dood oog en een warm hart hebben voor de ander, dichtbij en veraf, net zoals Jezus deed op aarde en nu weer zou doen.

Dan zullen we eens mogen binnentreden in die heerlijkheid waarin Petrus had willen blijven. Bereiden we ons in deze 40-dagentijd daarop extra voor door oprecht gebed.