28e zondag door het jaar, Lucas 17: 11-19
Dierbare Lezer,
Jaren geleden zei Toon Hermans in een van zijn one-man-shows: “Let u eens op uw handen, hoe ze bewegen, en ze worden niet elektrisch aangedreven. Als u zo’n moment heeft, zegt u dan: Dank U wel, dat ik mag leven. Dank U wel dat ik mag bewegen.”
Zegt u wel eens: Dank je wel tegen iemand die iets voor u deed? Bij de bakker kreeg een kind een koekje en de vader zei: “Ik hoor niets!” met andere woorden: Kun je niets eens dank-u-wel zeggen? Het is toch eigenlijk niet meer dan normaal, dat wij aan de ander onze dankbaarheid tonen voor iets dat wij zo maar krijgen?
Leven wij niet te automatisch en rollen we van de ene dag in de andere? Heeft u dagelijks iets om dankbaar voor te zijn? Bent u dankbaar voor de nieuwe dag, of ziet u deze met angst en beven tegemoet? Eigenlijk zouden we iedere dag iets moeten hebben om dankbaar voor te zijn, zodat we daar de gehele dag als het ware op terug kunnen grijpen.
Het is lang niet altijd gemakkelijk om dankbaar te zijn, want het leven komt soms erg oneerlijk op ons mensen af. Juist daarom is het zo belangrijk om iedere dag te zien op iets om dankbaar voor te zijn. Ziet u eens om u heen: mensen die niet zelfstandig kunnen lopen en een rolstoel nodig hebben; mensen aan wie zich het leven niet bepaald vriendelijk was, terwijl u zich vrij kunt bewegen en kunt gaan en staan waar u wilt. Ziet u eens op wat u heeft, terwijl niet eens zo heel erg veel verder mensen in diepe nood verkeren en zelfs onvoldoende middelen hebben om voor hun gezin te zorgen?
Het lijkt gemakkelijk, om dankbaar te zijn als je iets geweldigs overkomt, maar zie dan eens op die melaatsen? Tien melaatsen die tot Jezus roepen vanaf een veilige afstand, zo gingen ze de wetten niet te buiten. Jezus geeft de opdracht die eigenlijk geldt voor iemand die van zo’n ziekte genezen is, terwijl zij dat toen nog niet waren. Zij gehoorzaamden en werden onderweg vrij van hun kwaal. Negen gingen verder, maar die ene man ging terug en bracht God dank. Slechts 10% dankte God.
En neem nu eens Naäman, een legeroverste. Hij kreeg een huidkwaal. Niemand leek hem te kunnen helpen, maar zijn slavinnetje, een meisje dat geroofd was uit Israël, zei dat haar meester maar eens naar de profeet van Israël moest gaan. De koning kondigde hem aan bij de profeet en Naäman ging naar Elisa. Maar deze liet een knecht zeggen dat hij zich maar 7 maal moest onderdompelen in de Jordaan. Naäman werd woedend: waar haalde die man het lef vandaan om niet zelf te komen, terwijl hij wist dat hij zou komen? Hij had toch in eigen land ook wel 7 maal de rivier in kunnen gaan? Hij wilde naar huis terug gaan, maar zijn dienaren zeiden: Als u iets veel moeilijkers had moeten doen, had u het gedaan en zo iets eenvoudigs weigert u? Hij liet zich overhalen en na de 7e maal kwam hij gereinigd uit het water. Wat een vreugde overspoelde hem. Hij wilde Elisa grote geschenken geven, maar die nam niets aan, immers hij had niet genezen, maar God. Naäman ging naar huis en bracht God, die hij daarvoor niet kende, zijn oprechte dank.
Iedere mens heeft zo zijn verwachtingen in het leven, maar wees eens eerlijk: Komen die altijd uit? Het gaat zo vaak anders. Jonge mensen hebben toekomstdromen voor hun leven, dromen je over een gezin, maar aan ons ging het voorbij. Hoe heerlijk, dat God dan een andere deur in het leven opent waardoor er toch oprecht geluk en vrede op je levensweg komt. Als het leven een deur dichtslaat, helpt het niet er tegen aan te schoppen, want die deur blijft dicht. Maar als de mens zich omdraait, ziet hij hoe de liefdevolle God een andere deur opende, een deur die wel tot geluk leidt in leven, geen surrogaat geluk, maar echt geluk.
Dierbare mensen, kijk eens om u heen, zie eens naar al het goede in uw leven en weet, dat u met alles altijd aan mag komen bij Hem, die u innig bemint. Hij weet deuren naar geluk te openen. Ga zien hoe er ook in uw leven veel is om dankbaar voor te zijn.
Het leven komt vaak oneerlijk op ons af, maar God is wel eerlijk. Wordt niet als die negen melaatsen die doorliepen, maar als die Samaritaan en als Naäman, die God van harte dank brachten. Zie op uw zegeningen en u ziet, ondanks alles, Gods liefde voor u in uw leven.