28ste zondag door het jaar, Matteüs 22: 1-14

Krijgt u wel eens een uitnodiging? En wat doet u daarmee? Enkele maanden geleden kregen wij een uitnodiging voor een huwelijk en dan reserveer je de datum in de agenda, want je wilt mensen niet teleurstellen door weg te blijven. Neen, juist aanwezigheid is een vreugde voor het bruidspaar.
Nog nooit hoorde ik van iemand die een protestbrief schreef op de uitnodiging voor een bruiloft. Maar wel gebeurde het, dat men vergeten had iemand uit te nodigen en dan is dat een enorme teleurstelling voor degene die er eigenlijk bij had moeten zijn.
En u zult het met me eens zijn: op een bruiloft is vreugde en wie heeft er een hekel aan vreugde? De vreugde wordt vergroot door de aanwezigheid van de genodigden.
Stelt u zich nu eens voor dat u een uitnodiging zou krijgen van het koninklijk huis. Zou u niets laten horen en stilletjes thuisblijven? Zou u zich verontschuldigen? Of zou u het zo’n eer vinden, dat u er alles voor opzij zet om aan de uitnodiging gehoor te geven?

Een koning geeft een bruiloft. Natuurlijk verwacht hij dat de genodigden zullen komen en heeft zich kosten nog moeite gespaard voor het bruiloftsfeest van zijn zoon. Hij rekent op een goed gevulde zaal en er is een overvloed aan dranken en spijzen. Hij stuurt zijn dienaren om de genodigden te roepen. Maar hoe triest, niemand geeft er gehoor aan. Iedereen heeft zo zijn eigen bezigheden die kennelijk belangrijker zijn dan die bruiloft. En de zaal blijft leeg. Hoe triest, dat men zich nog vergrijpt aan dienaren en hen mishandelen en vermoorden.
Kunt u zich de woede van de koning voorstellen? Hoe ondankbaar handelen zij.
Maar de koning wil niet met een lege bruiloftszaal blijven zitten en laat zijn dienaren naar de hoeken van de straten gaan om de armen en de bedelaars te roepen. Zij komen wel en onder hen bevinden zich zo wel mensen die goed zijn, als mensen die slecht zijn.
Maar dan, als de koning in de zaal komt om de gasten te begroeten, merkt hij daar iemand op die geen bruiloftskleed aan heeft. Als hij hem vraagt hoe hij zo binnengekomen is zonder bruiloftskleed, blijft hij het antwoord schuldig. De koning laat hem binden aan handen en voeten en hem buiten werpen, in de duisternis.
Nu zult u denken: Hij laat bedelaars en armen roepen en dan verwacht hij dat iedereen er tip-top uitziet. Dat is toch onlogisch? Hij kan toch niet verwachten dat een zwerver in jacquet gekleed is? Eerder zouden we denken dat het toch maar een armzalig gedoe is met mensen met versleten en rafelige kleding. En dan die één, die moet eruit?
Maar vergist u zich niet: het gaat niet over de kleding van het lichaam, maar om de kleding van de ziel. Van die ene persoon deugde de kleding van zijn ziel niet. Deze man leefde in zonde en dat paste niet. De anderen zijn wel arm in hun portemonnee, maar niet in hun hart. Dat is het verschil.

In werkelijkheid gaat het niet om een koning van een aards koninkrijk, maar om God: Koning van het heelal. God nodigt u en mij uit om naar de bruiloftszaal te komen, naar de hemel dus. Maar hoe nodigt Hij uit en heeft Hij u wel uitgenodigd en wie nodigt Hij uit? Wij zijn allemaal uitgenodigd. Iedere dag hoort u de uitnodiging klinken vanaf de toren van onze kerk: klokken luiden om aan te geven dat er weer een viering in de kerk is waar u bij mag zijn en ze nodigen u uit, namens God zelf. Hier mag u leren van Hem, opdat er in uw hart een groot verlangen naar Hem komt en u niet anders wil dan eens te mogen aanzitten aan het bruiloftsmaal van het Lam, van Jezus dus. U bent uitgenodigd en u heeft er gehoor aan gegeven door nu te komen. Hier heeft u alle gelegenheid om in uw hart schoon schip te maken, opdat u straks met het juiste bruiloftskleed in zijn heerlijk mag binnentreden.

Het gaat niet om ons verblijf op aarde, ook al hebben we het hier mogelijk goed. Neen, het gaat om onze eindbestemming, daarvoor zijn we geschapen. Hier op aarde mogen we leren wie God is. En als u weet wie Hij is, en u heeft een relatie met Hem door dagelijks gebed, draagt u het kleed waarmee u toegang verleend wordt voor de eeuwigheid.

Eens was een jongen in de uitvaart van zijn opa en hij werd op de een of andere manier geraakt en stapte de sacristie binnen en zei: Ik wil misdienaar worden. En hij werd een trouwe, heel trouwe misdienaar, jaren lang.
Eens hoorde een jonge man de kerkklokken luiden en het drong tot hem door: die roepen mij en hij gaf er gehoor aan.

Allemaal wijzen waarop de liefdevolle hemelse Vader roept. Laat u zich roepen? Geeft u God de kans om anderen door uw gedrag en geloof te roepen? Het zal u opleveren wat met geen pen te beschrijven is: Leven in eeuwigheid: dat leven bid ik u van harte toe.