26e zondag door het jaar, Lucas 16: 19-31

Dierbare Lezer,

“Daarenboven gaapt er tussen ons en u voorgoed een wijde kloof, zodat er geen mogelijkheid bestaat, zelfs al zou men het willen, van hier naar u toe te gaan.”

Misschien weet u dat wel: vaak wordt de hel geromantiseerd. Er zijn over de hel allerlei grappen en die doen voorkomen, dat het allemaal wel meevalt en dat het in de hel best redelijk is. Maar vergist u zich niet! Als u het verhaal van Jezus goed tot u laat doordringen, moet u tot de ontdekking komen, dat het alles waard is om daar nooit te komen. Ach, daar kun je aardig op reageren, maar ziet u eens naar het verhaal van Jezus! Ziet u eens, hoe de rijke gefolterd wordt door dorst en vuur. Zouden dat echte vlammen zijn? Ik weet het niet, maar als we spreken over het vuur van de liefde, zien we in ieder geval geen vlammen. Het zou kunnen zijn, dat het het verterend vuur van afwezigheid is: als alles wat goed is voor de mens ontbreekt. Zo mogen we dat vuur, denk ik, zien: geen vlammen, maar de afwezigheid van.
Ik denk wel eens, dat de baas van de hel, satan zelf, geen problemen heeft met onze grappen en grollen over de hel. Hij geniet ervan als wij het allemaal niet zo ernstig nemen, des te gemakkelijker zijn wij een prooi voor hem. Maar die rijke man had niet veel tijd nodig om te ontdekken hoe afschuwelijk die onderwereld is.

Hij had op aarde een voortreffelijk leven, althans, zo dacht hij. Maar nooit had hij iets voor de noodlijdende mens over: daarvoor was hij te egoïstisch. Bovendien lijkt het erop, dat hij zich absoluut niet stoorde aan de wetten van Mozes en de profeten, want zelfs in de onderwereld, in de hel dus, wijst hij die af. Dat bracht hem in het eeuwig verderf.
In de onderwereld is er werkelijk niets te ontdekken dat goed is: alles is even slecht voor de ziel die daar in komt. Niets kan iemand nog helpen als hij of zij daarin terecht komt. Hoe droevig als mensen hun leven zo vergooien, dat deze plaats hun deel wordt.
En laten we heel duidelijk zijn: Er is niemand die per ongeluk in de hel komt. Iedereen die daar komt heeft het voor 100% aan zich zelf te danken.
Veel mensen denken dat iedereen uiteindelijk in de hemel komt, maar als Jezus zegt dat er geen enkele mogelijkheid is om vanuit de hemel naar de hel te gaan en andersom, moeten we dit erg serieus nemen. Jezus vertelt dit verhaal zelf en aangezien Hij de waarheid is, moeten we zijn woorden serieus nemen voor ons leven.

Maar laten we zien naar het eeuwig heil, dat ons wacht als we geloven in Jezus’ offer voor ieder van ons persoonlijk. Jezus zei eens: “Wie gelooft en gedoopt is, heeft het eeuwig leven.” We moeten ook zeggen, dat het echt niet te moeilijk is om daar te komen. Daar is vreugde, want eens sprak Jezus over de hemel als over een bruiloftszaal. Wie gaat er met tegenzin een bruiloft vieren?

En als u dan leest in het Boek der Openbaringen, gaat het hart van vreugde kloppen als we lezen hoe God midden tussen zijn volk zal wonen. Geen paleis hoog op de wolken met een stevig lijfwacht ervoor. NEEN! Hij woont tussen zijn volk, tussen allen die hun leven wonnen, die geloofden en gedoopt zijn. Hij is de Vader midden in zijn gezin. En hoe heerlijk, dat Hij hoogst persoonlijk alle tranen van de ogen van zijn kinderen zal afwissen. Wie immers komt er zonder kleerscheuren door het aardse leven? In zekere zin dragen we toch allen de sporen van de aarde met ons mee? De teleurstellingen in het leven; het gemis van dierbaren; de pijn van ziekten; de pijn van genegeerd worden door de ander. Hoe heerlijk, dat God zelf ons alle tranen afneemt en daarbij ook alle oorzaken. Hij verwijdert het geheel en al. Hij maakt ons nieuw! Hij bekleedt ons met een nieuw en onvergankelijk lichaam. Geen kwalen meer; geen gevolgen van ouderdom; geen zwakten meer. Maar NIEUW, spiksplinternieuw! Wie ziet daar niet naar uit? Als uw fiets echt een roestig krakemikkerig stuk ijzer wordt, hoe heerlijk is het dan als u hem kunt inruilen en een week later op een fonkelnieuwe soepelrijdende fiets stapt? Zo maakt de hemelse Vader nieuw. Geen oplappen, maar nieuw!

De enige voorwaarde is GELOOF. Daarvoor zijn we ook bij elkaar. We horen Gods Woord, dat goed doet aan onze harten en we ontvangen Jezus’ Lichaam, dat ons sterkt in ons leven. Wij proberen u naar beste kunnen de weg voor te houden, die Jezus zelf is. Wij verlangen naar een oprechte christengemeenschap, waarin iedere mens zich veilig en geaccepteerd weet en waarin we voor elkaar opkomen. En dan zullen we eens met elkaar hulde mogen brengen aan Hem die alles volbracht en die ons wil THUIS brengen.