24ste zondag door het jaar, Lucas 15: 1-10

Dierbare Lezer,

Koning David was schaapherder. Toen de profeet Samuel bij zijn vader Isaï kwam om een van zijn zonen tot koning te zalven, was David daar niet bij: hij weidde de schapen. Toen geen van de zonen geschikt was in Gods ogen, vroeg Samuel of hij niet meer zonen had en pas toen werd David geroepen. Hij was de door God uitverkoren koning van Israël. David schreef vele Psalmen, lofdichten naar God toe. Een van zijn mooiste Psalmen is: De Heer is mijn herder. David beschrijft hoe een herder met zijn schapen omgaat en zo gaat, of althans wil God, met ons omgaan. Hij wil ons brengen aan grazige weiden. Hij wil, dat het ons goed gaat, immers Hij heeft hart voor de schapen, voor u en mij.
Jezus vertelt over een herder. Een herder trekt rond met zijn schapen. Hij heeft 100 schapen en zorgt goed voor hen. Hij trekt steeds naar grazige weiden om de beesten voldoende te kunnen laten grazen. Maar dan merkt de herder dat er één schaap niet meer bij de kudde is. Dat kan hij niet hebben, immers hij wil met alle 100 schapen veilig in de schaapsstal terug komen. Daarom gaat hij het verloren schaap zoeken. Wat een vreugde, als hij het vindt. Vol blijdschap legt hij het op zijn schouders en gaat terug naar de 99 achtergebleven schapen.

Jezus vertelt dit niet zo maar. Hij vertelt eigenlijk hoe God staat tegenover ons mensen. Door de zondeval liep de mens verloren en dat zat God hoog! Immers Hij verlangt er naar om al zijn kinderen eens vol liefde te mogen begroeten in zijn Vaderhuis. Hij kan er niet tegen als er mensen verloren lopen en door hun levenswandel niet Thuis kunnen komen. Daarom zond Hij zijn Zoon Jezus, de enige Goede Herder voor ons mensen. De Enige die ons eens Thuis kan brengen.
Zo is onze God, niet een God van eigen schuld, maar een God van liefde en warmte en zorg voor alle mensen, goeden en slechten. Hij verlangt naar u en mij. Hij wil ons eens kunnen ontvangen in zijn heerlijkheid. Maar toen de mens van zijn pad afweek, en Hij moest toezien hoe de mens verloren dreigde te geraken, bedacht Hij een meesterplan en stuurde ons een herder. Niet een huurling, maar een Herder met hart voor u en mij en voor alle mensen. Een herder, die geen onderscheid maakt, maar alle mensen zoekt, waar zij ook wonen en wie zij ook aanhangen vanwege waar zij geboren werden.
Hij is niet een herder van: “Wie niet horen wil moet voelen!” Neen! Hij is juist de Herder die alles voor ons opnam en alles voor ons droeg. Hij is de Herder die iedere mens met grote liefde door het leven wil loodsen, opdat iedere mens daar komt waarvoor hij in het leven geroepen is, namelijk in Gods Heerlijkheid.

Waar gaat het om? Het gaat om geloof in die Goede Herder, in Jezus dus. Hij wil u en mij leiden, maar doet dat niet zonder ons verzoek aan Hem, want Hij is niet iemand die dwingt. Hij is geen kidnapper, die ontvoert naar de hemel, maar Hij is die uitnodigt: “Komt allen tot Mij en Ik zal u verkwikking schenken.” Hij is het, door wie de mens Thuis kan komen, want Hij is de deur van de schaapsstal. “Niemand komt tot de Vader, dan door Mij”, zo zegt Hij. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven. Hij geeft leven en wel in overvloed aan hen die Hem trouw zijn en in Hem geloven.

Eens werd Hij voor onze zonden aan het kruis geslagen en gaf zijn leven terug aan de Vader. Maar voordat Hij dat deed, vergaf Hij de zonden aan een moordenaar, die het zelfde lot onderging aan een kruis. De man sprak zijn geloof uit en beleed zijn schuld en: “Heden nog zult gij met Mij zijn in het paradijs”, was Jezus’ antwoord op zijn geloofsbelijdenis. Op het moment van sterven geldt niet de levensgeschiedenis van de mens, maar zijn geloof in Jezus, ook al was dat voor de moordenaar wel op het laatste nippertje, maar het was oprecht en dat alleen telt.
Oh, hoe zal Jezus iedere keer weer met vreugde vergeven als wij onze tekorten en zonden belijden? Hoe zal Hij iedere ziel die Thuis komt vol enthousiasme brengen naar de troon van de Vader, die niet spreekt over wat misschien eens goed fout zat in het leven van de mens, maar zal zien op zijn geloof op het moment van sterven.

Dierbare mensen, Jezus vergeeft ons van harte. Laten we regelmatig ons hart bij Hem luchten en Hem onze zonden en tekorten aanbieden. Laten we Hem steeds vragen om onze Herder te zijn, opdat wij Hij ons eens zal begroeten in het Vaderhuis.

Weest u er zich van bewust, dat het voor niemand te moeilijk is om eens Thuis te zullen komen: het is volledig afhankelijk aan uw eigen wilsbeschikking: Laat u zich vinden door de Herder, of wilt u het beter weten? Roep Hem maar, dat is echt het beste.