22ste zondag door het jaar, Matteüs 16: 21-27

Jezus spreekt een hard woord tot Matteüs: “Ga weg Satan, terug. Gij zijt Mij een aanstoot!” Wat bedoelt Jezus eigenlijk? Eens sprak Jezus ongeveer de zelfde woorden uit, toen satan Hem trachtte te verleiden, eerst bood hij een steen aan: om er brood van te maken; dan bood hij Hem aan om van de tinne van de tempel te springen: God zou toch wel engelen sturen om Hem op te laten vangen; en tenslotte zou hij Jezus geen strobreed in de weg leggen als Hij satan zou aanbidden: want dan zou hij Jezus alle koninkrijken der aarde geven. Maar Jezus behoeft niet afhankelijk te zijn van deze afschuwelijke verleider en joeg hem weg.

In feite doet Petrus nu hetzelfde: Jezus, U mag niet lijden. Met andere woorden: dan is er ook geen redding van de wereld en gaat Jezus voorbij aan de taak die Hij van de Vader gekregen heeft. Precies hetzelfde bood satan Hem aan en Jezus joeg hem weg.
Nu gebruikt Hij de zelfde woorden, maar alleen voor Petrus, of… Jezus joeg niet Petrus weg, maar degene die Petrus die deed zeggen. De H. Geest was nog niet uitgestort en Petrus kon nog geen weerstand bieden of inzien van wie deze goedbedoelde ingeving was.
Maar Jezus wilde alleen maar Gods wil doen en niet anders.
Doen wij altijd Gods wil, of vinden we het moeilijk dat te onderscheiden?

Eens vroegen onze vrienden om een weekeinde op hun kinderen te passen, dan konden zij met vrienden uitgaan. Maar op de een of andere manier stond het ons tegen. Nu bleek er precies in dat weekeinde ook een genezingsweekeinde te zijn van de Charismatische Vernieuwing en daar zouden we met iemand heengaan. Toen stelden we aan de Heer voor: We gaan informeren, als de telefoon na twee keer wordt opgenomen en de juiste persoon komt aan de lijn en er is direct plaats, verkiezen we dat. En het bleek duidelijk Gods bedoeling te zijn, want het klopte precies en het weekeinde werd het begin van de geestelijke genezing van een mens die erg in de knoop had gezeten. Duidelijk was dit Gods wil.

Van ons allen wordt gevraagd om Gods wil in ons leven te doen, maar hoe kennen we Gods wil? Allereerst kunnen we datgene wat we willen ondernemen toetsen aan de tien geboden; we kunnen het in gebed voor God brengen en als we menen de juiste beslissing te moeten nemen, kunnen we tijd vragen: Heer, als ik uw wil verkeerd begrepen heb, houd U me dan tegen. Diverse malen mochten we zien hoe de hemelse Vader ons voor misstappen behoedde.
God wil het geluk voor ons allen en er is geen opdracht te groot of te zwaar: Hij weet wat u aankunt. De grootste opdracht kreeg Jezus, die zich er door mooie praatjes van de tegenstander niet vanaf liet houden.
De jeugd loopt vaak met een armbandje om waar op de volgende letters staan: WZJD. Volledig uitgeschreven: “Wat zou Jezus doen?” laten we al wat wij ondernemen daaraan toetsen.

Zie maar op Jezus: Een vrouw wordt bij Hem gebracht, ze was op overspel betrapt en volgens de wet van Mozes moest zij gestenigd worden. Men bracht haar voor Jezus en vroeg eigenlijk om de bevestiging hiertoe, maar Hij zweeg. Toen vroegen ze het nogmaals en Hij richtte zich op en zei: “Wie van u zonder zonden is, werpe de eerste steen.” Dan druipt iedereen af en er wordt nog geen klein kiezeltje geworpen. Jezus zelf veroordeelt de vrouw niet, maar spreekt haar toe: “Ga heen en zondig niet meer.” Zo’n liefdevol woord zal meer effect hebben dan worden gesproken vanuit een harde opstelling zonder liefde. woorden van liefde zijn namelijk ook genezend.

Jezus stelt liefde en vergeving boven de wet, daarvoor kwam Hij immers om de wet te vervullen met liefde.
Liefde moet ook onze toetssteen zijn. Paulus zegt in het hooglied van de liefde dat ieder offer dat wij doen, geen enkele waarde heeft als wij het zonder liefde doen.

Laten we alles wat we doen steeds toetsen aan de liefde, opdat onze daden vruchten voortbrengen die blijvend zijn en wij in onze daden Gods wil volbrengen.