2e zondag van de Advent, Marcus 1: 1-8 

 

In onze Nederlandse taal komen soms woorden voor, die precies niet bedoelen wat ze lijken te bedoelen. Als u zegt dat u iets uitsluit, dan betekent dat, dat u iets niet mee laat doen, of niet meetelt. Maar als u zegt dat het uitsluitend dat ene ding betreft, betekent het juist om dat ene ding gaat. Erg verwarrend: de ene keer wel, de andere keer net niet.

U kent ook wel die uitdrukking: “Ik voel me als een roepende in de woestijn”. Dan bedoelt u, dat er niemand naar u luistert, terwijl het belangrijk is wat u te zeggen hebt.

In het Evangelie komen we dat ook tegen, maar dan is het weer precies andersom. Johannes preekt in de woestijn. Als we dat ons voorstellen, zien we iemand staan in een grote zandvlakte in een gebied waar geen mens komt. Wat doet zo iemand daar? zou u kunnen denken. Wat heeft zijn preken voor zin? Wie komt er nu in de woestijn? En u zou denken: Dat is nu echt een roepende in de woestijn.

Maar het Evangelie vertelt precies het omgekeerde, want geheel de streek van Judea en al de inwoners van Jeruzalem gingen naar Johannes toe. Honderden mensen dus en misschien moet ik zeggen: duizenden.

Kunt u het zich voorstellen? Een roepende in de woestijn en dan zoveel aandacht? Daarom zouden wij graag roependen in de woestijn zijn, opdat velen gehoor geven aan onze oproep, die precies klinkt zoals Johannes die deed horen: “Bereidt de weg van de Heer. Maakt zijn paden recht!”

Welke paden? Ons wegennet? Bochten en hobbels weg? (Dat laatste zou ik toejuichen, trouwens.) Neen, geen paden waarover wij lopen of rijden, maar paden die leiden naar ons hart. Zijn onze harten zuiver? Durven wij de Heer nu te ontvangen, of is er toch nog iets dat wij dienen op te ruimen? Denken we toch stilletjes, dat de Heer niet over alles uit ons leven even enthousiast is? Dan moeten we in actie komen.

Dat deden al die mensen, die naar Johannes kwamen: ze beleden in het openbaar hun zonden en te korten. Ze lieten zich dopen, een doopsel tot bekering, tot het voornemen om opnieuw en beter te beginnen. Een voornemen om al wat niet goed is te gaan vermijden. Soms vraagt dat eigen karakter, in de geest van: Daar stop ik mee! Maar soms is dat een strijd, een heftige strijd, want het is zo moeilijk om het te winnen van je eigen mens-zijn; van je eigen zwakheden die mogelijk zelfs een gevolg zijn van omstandigheden. Soms kan een omgeving een verwoestende invloed op iemand uitoefenen en dan is breken noodzaak. Maar hoe vaak is dat bijna niet op te brengen.

Juist daarvoor kwam Jezus: om onze Herder en Leidsman te zijn. Hij heeft wel de capaciteit om af te rekenen met onze zwakheden waarvan wij uit eigen kracht niet loskomen. Hij kent ons beter dan wij onszelf kennen. Hij kent de oorzaken; Hij kent de weg naar bevrijding daarvan.

Wij leven toe naar Kerstmis, naar de komst van Jezus. Maar laten we Kerstmis niet vieren alsof Jezus nu nog in dat stalletje komt. Laten we Kerstmis vieren als een gedenken aan zijn komst: toen begon Gods onvoorstelbare reddingsplan voor u en mij.

Laten we zien naar zijn verlossingswerk, toen en nu, in onze eigen harten. Want dan bereiden we de weg voor Hem. Dan maken we ons klaar voor zijn tweede komst, als Hij komt in heerlijkheid vergezeld van al zijn engelen. Dan zal Hij zijn Rijk van Vrede vestigen en de oorlog zal niet meer gekend worden. Daarnaar verlangen we toch allemaal? Daarom moeten we de weg bereiden.

De eerste komst van Jezus was goed, toen daar in Bethlehem.

Maar de tweede komst is beter, want dan zal Hij alles nieuw maken; dan zullen alle gewelddadigheden er niet meer zijn. Dan zal Liefde regeren. Daarom is zijn tweede komst beter, maar de tweede komst kan niet buiten de eerste om.

Johannes roept, niet alleen voor de mensen van toen, maar ook voor de mensen van nu: hij roept u en mij. Zijn we bereid? Willen we zaken opgeven die ons van Jezus afhouden? Mag Jezus onze harten reinigen? Mag Hij ons omvormen tot mensen zoals Hij die voor ogen heeft, met een schitterend bereide weg? Is Hij welkom?

Eens, en niemand weet wanneer, zullen we voor Hem verschijnen. Dan zal Hij vragen: Wie was Johannes voor je? Een roepende in de woestijn, of een roepende in jouw woestijn? Laten we met Jezus de woestijn van ons hart ontginnen en vruchtbaar maken.